ECLI:NL:RBROT:2021:8775
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verwijdering van justitiële registratie van verkeersovertreding
Eiser verzocht op 25 februari 2020 om verwijdering van een registratie in de justitiële documentatie betreffende een boete van €165 wegens een verkeersovertreding. De minister van Justitie en Veiligheid wees dit verzoek af op grond van een wettelijke registratieplicht. Eiser stelde dat de rechter in de strafzaak had verklaard dat de boete niet tot een strafblad zou leiden, maar dit werd door de rechtbank niet gevolgd.
De rechtbank oordeelde dat de minister wettelijk verplicht is om dergelijke justitiële gegevens te registreren, ook als de rechter anders zou hebben verklaard. De stelling van eiser dat de rechter tot tweemaal toe had gezegd dat de boete niet tot een strafblad zou leiden, deed hieraan niet af. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Het juridische kader omvat bepalingen uit de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens, waarin de registratieplicht van bepaalde justitiële gegevens is vastgelegd, waaronder geldboetes vanaf €130.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot handhaving van de registratie van de boete in de justitiële documentatie is ongegrond verklaard.