ECLI:NL:RBROT:2021:8784
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening tegen ontruiming na minnelijke regeling
Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b, eerste lid, Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die verhuurder verbiedt de ontruiming van zijn woning uit te voeren. Dit verzoek volgt op een eerder succesvol doorlopen minnelijk traject en een toegewezen verzoek ex artikel 287a Fw waarbij de verhuurder verplicht werd mee te werken aan een schuldregeling.
De rechtbank overweegt dat het huidige verzoek niet-ontvankelijk is omdat er reeds een minnelijke regeling tot stand is gekomen, waardoor verzoeker niet langer in de situatie verkeert dat hij is opgehouden te betalen. De ontruiming is gebaseerd op een vonnis van 10 augustus 2018, maar het is aannemelijk dat de schuld waarop dit vonnis is gebaseerd onderdeel is van de minnelijke regeling, waardoor de verhuurder verplicht is mee te werken.
De rechtbank stelt bovendien dat het onduidelijk is of de verhuurder nog een geldige titel heeft voor de ontruiming en dat, indien de verhuurder de ontruiming toch wil uitvoeren, verzoeker zich tot de executierechter moet wenden. Daarom wordt het verzoek afgewezen en niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot voorlopige voorziening tegen ontruiming na succesvolle minnelijke schuldregeling.