ECLI:NL:RBROT:2021:8787
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet aannemelijk gemaakte verzending aanvraag ontheffing Participatiewet
Eiseres heeft een aanvraag tot ontheffing van verplichtingen op grond van artikel 9, eerste lid, van de Participatiewet ingediend. Verweerder heeft het primaire besluit genomen om geen dwangsom toe te kennen wegens niet tijdig beslissen, omdat hij stelde de aanvraag niet te hebben ontvangen. Eiseres stelde dat zij de aanvraag op 22 juli 2020 aangetekend had verzonden, met bewijsstukken zoals een PostNL-bon en een Track&Trace-uitdraai van een zending met 63 items.
Verweerder bevestigde de ontvangst van een zending op 23 juli 2020, maar betwistte dat de aanvraag van eiseres daarin zat. De rechtbank oordeelde dat de overgelegde bewijsstukken onvoldoende waarborg boden dat de aanvraag van eiseres daadwerkelijk in deze zending zat, mede omdat ook andere aanvragen uit dezelfde inventarislijst niet waren ontvangen en pas na ingebrekestelling waren behandeld.
Daarom achtte de rechtbank niet aannemelijk dat de aanvraag was verzonden. Hierdoor was verweerder geen dwangsom verschuldigd. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter Dielemans-Goossens op 7 september 2021.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar aanvraag is verzonden.