Eisers, Roemeense vrachtwagenchauffeurs, stelden dat Nederlands recht en de Nederlandse cao van toepassing zijn op hun arbeidsrelatie met Unitrans, een Tsjechische zusteronderneming van het Nederlandse Wemmers Tanktransport B.V. De rechtbank heeft uitgebreid bewijs onderzocht, waaronder getuigenverklaringen en documenten, en concludeerde dat de chauffeurs hun werkzaamheden gewoonlijk vanuit Nederland verrichtten.
De rechtbank stelde vast dat Unitrans een vestiging in Nederland heeft en dat de chauffeurs vaak in Nederland begonnen en eindigden met hun werk, gebruikmaakten van Nederlandse vrachtwagens en tankpassen, en dat de planning van ritten een nauwe samenwerking tussen Nederland en Tsjechië was. De verklaringen van medewerkers van Unitrans en Wemmers werden deels als minder betrouwbaar beoordeeld vanwege tegenstrijdigheden.
De primaire vordering tegen Wemmers werd afgewezen omdat Wemmers niet als werkgever kon worden aangemerkt. De subsidiaire vordering tegen Unitrans slaagde, waardoor Unitrans wordt beschouwd als werkgever gevestigd in Nederland en gehouden is de cao na te leven. De rechtbank wees de vordering om Unitrans te verplichten haar chauffeurs conform de cao te belonen af wegens onvoldoende onderbouwing voor alle werknemers.
De procedure wordt voortgezet voor de vaststelling van de hoogte van individuele vorderingen. Partijen worden aangemoedigd tot een regeling om verdere kosten te voorkomen. Het vonnis is gewezen door rechter P. Joele en biedt een belangrijke interpretatie van toepasselijk recht en cao-toepasselijkheid in grensoverschrijdende arbeidsrelaties binnen de EU.