ECLI:NL:RBROT:2021:8878

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 september 2021
Publicatiedatum
13 september 2021
Zaaknummer
8620132 CV EXPL 20-21929
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging verstekvonnis in zorgverzekeringszaak wegens niet-nakoming stelplicht

In deze zorgverzekeringszaak stond de vordering van FBTO Zorgverzekeringen N.V. tegen [persoon A] centraal. FBTO had een verstekvonnis verkregen wegens het uitblijven van medewerking van [persoon A] bij het verstrekken van bewijs, met name inzake laboratoriumkosten.

Tijdens de procedure in verzet heeft [persoon A] geen toestemming gegeven aan FBTO om nadere gegevens bij het laboratorium op te vragen, ondanks herhaalde verzoeken en onderbouwing door FBTO. Dit onthouden van medewerking leidde ertoe dat FBTO niet verder bewijs kon leveren, maar de kantonrechter oordeelde dat dit nadeel voor [persoon A] oplevert.

Op grond van de producties en de gegeven toelichting werd FBTO geacht in haar bewijsopdracht te zijn geslaagd. De kantonrechter bekrachtigde daarom het verstekvonnis van 25 maart 2020 en veroordeelde [persoon A] in de proceskosten van de verzetprocedure. Het vonnis werd uitgesproken door mr. R.J. van Boven.

Uitkomst: Het verstekvonnis van 25 maart 2020 wordt bekrachtigd en [persoon A] wordt veroordeeld in de proceskosten van de verzetprocedure.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8620132 CV EXPL 20-21929
uitspraak: 17 september 2021
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
FBTO Zorgverzekeringen N.V.,
gevestigd te Leeuwarden,
oorspronkelijk eiseres,
gedaagde in het verzet,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[persoon A] ,
wonende te [woonplaats A] ,
oorspronkelijk gedaagde,
eiseres in het verzet,
gemachtigde: mr. P. van Baaren.
Partijen worden hierna aangeduid als ‘FBTO’ en ‘ [persoon A] ’.

1..Het verdere verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 15 januari 2021 en de daarin genoemde stukken;
de akte van de zijde van FBTO;
de akte van de zijde van [persoon A] ;
het tussenvonnis van 4 juni 2021 en de daarin genoemde stukken;
de akte van de zijde van FBTO;
de akte van de zijde van [persoon A] .
Het vonnis is bepaald op heden.

2..De verdere beoordeling

2.1
Bij tussenvonnis van 4 juni 2021 is FBTO in de gelegenheid gesteld om haar vordering voor wat betreft de totstandkoming van de laboratoriumkosten nader toe te lichten. Zij heeft geen nadere toelichting gegeven en voert daartoe aan dat [persoon A] geen toestemming heeft gegeven om nadere gegevens op te vragen bij het laboratorium.
2.2
In het tussenvonnis van 15 januari 2021 is overwogen dat het onthouden van medewerking door [persoon A] , waardoor geen informatie aan FBTO kan worden verstrekt, in het nadeel van [persoon A] kan uitvallen. [persoon A] heeft niet weersproken dat zij geen toestemming heeft gegeven aan FBTO, terwijl FBTO uitdrukkelijk om deze toestemming heeft gevraagd en dit ook heeft onderbouwd met e-mailberichten. Nu de gegevens, die aan de gevraagde toelichting ten grondslag liggen, tot het exclusieve domein van [persoon A] behoren en door toedoen van [persoon A] niet ter beschikking van FBTO kunnen komen voor nadere bewijslevering, voldoet zij in zoverre niet aan haar (verzwaarde) stelplicht. Op basis van de producties 8a tot en met 8c van FBTO en de daarop gegeven toelichting wordt FBTO geacht in haar bewijsopdracht te zijn geslaagd. De kantonrechter bekrachtigt het verstekvonnis van 25 maart 2020, bekend onder zaaknummer 8306487 CV EXPL 20-4366.
2.3
[persoon A] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

3..De beslissing

De kantonrechter
:
bekrachtigt het op 25 maart 2020 onder zaaknummer 8306487 CV EXPL 20-4366 gewezen verstekvonnis;
veroordeelt [persoon A] in de kosten van de verzetprocedure, aan de zijde van FBTO begroot op € 187,50 (2,5 punt à € 75,-) aan salaris voor de gemachtigde;
verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. van Boven en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
41645