De rechtbank Rotterdam behandelde op 30 augustus 2021 het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen, geboren tussen 2007 en 2018. De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit, maar de kinderen wonen verdeeld over beide ouders. De Raad maakte zich zorgen over de langdurige strijd tussen de ouders, waardoor de kinderen klem zitten en onvoldoende in hun belang wordt gehandeld.
Tijdens het onderzoek bleek dat de moeder verminderd betrokken is en niet meewerkt aan omgangsmomenten met de vader, terwijl de vader veel frustratie en onmacht ervaart. De ouders communiceren niet met elkaar en de hulpverlening in het vrijwillige kader heeft onvoldoende effect gehad. De kinderen hebben geen contact met elkaar en met de andere ouder.
De moeder stemde in met de ondertoezichtstelling voor het oudste kind, maar verzette zich tegen het verzoek voor de andere drie kinderen, terwijl de vader het verzoek volledig steunde. De kinderrechter oordeelde dat er sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging in de opvoedingssituatie, waardoor een ondertoezichtstelling noodzakelijk is.
De rechtbank stelde de vier kinderen onder toezicht van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond voor de duur van twaalf maanden, met ingang van 30 augustus 2021 tot 30 augustus 2022. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is een mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na uitspraak.