Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
ANWB vordert betaling van een bedrag wegens een vermeende annuleringsverzekeringsovereenkomst met [gedaagde]. Volgens ANWB is de overeenkomst telefonisch op 10 februari 2020 tot stand gekomen, ondersteund door een aanvraagformulier en een polisblad. [gedaagde] betwist het bestaan van de verzekeringsovereenkomst en stelt slechts een offerte te hebben aangevraagd, waarna hij zich elders heeft verzekerd.
De rechtbank stelt vast dat de bewijslast voor het bestaan van de overeenkomst bij ANWB ligt. ANWB heeft echter onvoldoende bewijs geleverd, aangezien het aanvraagformulier niet is ondertekend en het polisblad ook past bij een offerte. Er is geen geluidsopname van het telefoongesprek of schriftelijk akkoord overgelegd.
Daarom wordt aangenomen dat de verzekeringsovereenkomst niet is gesloten. De vordering wordt afgewezen en ANWB wordt veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van [gedaagde] nihil worden vastgesteld.
Uitkomst: De vordering van ANWB wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van het bestaan van een annuleringsverzekeringsovereenkomst.