Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[handelsnaam],
1..Het verloop van de procedure
2..De vordering en het verweer
3..De beoordeling
4..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert eiser terugbetaling van €11.912,- en schadevergoeding van gedaagde wegens tekortkoming in de nakoming van een aannemingsovereenkomst voor woningverbouwing. Eiser stelt dat gedaagde sinds 5 april 2021 weigert werkzaamheden uit te voeren en schade niet herstelt. Gedaagde voert verweer dat opschorting gerechtvaardigd was vanwege te late betaling door eiser en betwist schade.
De kantonrechter overweegt dat ontbinding van de overeenkomst mogelijk is bij tekortkoming, maar dat terugbetaling niet automatisch het volledige betaalde bedrag betreft. Er moet rekening gehouden worden met de waarde van het reeds geleverde werk. Eiser heeft onvoldoende concreet gesteld wat precies is opgeleverd en welke schade is veroorzaakt. De foto’s ter onderbouwing zijn onvoldoende toegelicht.
Omdat een nadere feitenonderzoek nodig is en het spoedeisend belang van eiser wel wordt erkend, maar de vordering onvoldoende aannemelijk is, wijst de kantonrechter de vordering af. Ook de vordering tot buitengerechtelijke incassokosten en kosten voor herstel worden afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot terugbetaling en schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en onderbouwing.