ECLI:NL:RBROT:2021:8908

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 september 2021
Publicatiedatum
13 september 2021
Zaaknummer
9374842 VV EXPL 21-338
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot herstel waterlekkage en voorschot schadevergoeding

In deze kortgedingprocedure vordert eiser dat gedaagde wordt veroordeeld tot het onderzoeken en herstellen van een waterlekkage in de woning van eiser, alsmede tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding.

Gedaagde betwist aansprakelijkheid en voert aan dat een onafhankelijke schade-expert op korte termijn de oorzaak en schade zal onderzoeken. Eiser heeft dit onvoldoende weersproken en kan daarom op dit moment geen belang ontlenen aan zijn vorderingen.

De kantonrechter oordeelt dat de vordering tot herstel wordt afgewezen omdat de oorzaak en aansprakelijkheid nog niet zijn vastgesteld. Ook het gevorderde voorschot op schadevergoeding wordt afgewezen wegens het ontbreken van concrete schade en aansprakelijkheid.

Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden vastgesteld omdat gedaagde niet door een gemachtigde is vertegenwoordigd.

Het vonnis is gewezen door mr. C.P. van Gastel en uitgesproken in openbare terechtzitting te Rotterdam op 8 september 2021.

Uitkomst: De vorderingen tot herstel van waterlekkage en voorschot op schadevergoeding worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en lopend onderzoek.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9374842 VV EXPL 21-338
uitspraak: 8 september 2021
vonnis in kort geding van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats eiser],
eiser,
gemachtigde: [naam 1],
tegen
[gedaagde]
,
gevestigd te [vestigingsplaats gedaagde],
gedaagde,
vertegenwoordigd door haar bestuurder [naam 2].
Partijen worden hierna aangeduid als ‘[eiser]’ en ‘[gedaagde]’.

1..Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
1. de dagvaarding van 11 augustus 2021 met producties.
De mondeling behandeling heeft plaatsgevonden op 25 augustus 2021.

2..De vordering

2.1
[eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, bij wijze van voorlopige voorziening, [gedaagde] te veroordelen:
I. om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis de waterlekkage aan de woning van [eiser] te laten onderzoeken en te laten herstellen, op straffe van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat [gedaagde] daarmee in gebreke blijft tot een maximum van € 5.000,-;
II. tot betaling van € 750,-, bij wijze van voorschot op de schade van [eiser], binnen zeven dagen na betekening van het vonnis;
III. in de kosten van deze procedure.
2.2
[eiser] legt aan zijn vordering het volgende ten grondslag. Er is een waterlekkage ontstaan in de woning van [eiser]. De verantwoordelijkheid voor herstel ligt bij [gedaagde]. [gedaagde] weigert mee te werken. [eiser] heeft door de waterlekkage schade geleden, waarvoor [gedaagde] aansprakelijk is.

3..Het verweer

3.1
[gedaagde] heeft verweer gevoerd. Daarop zal – voor zover van belang – hierna worden ingegaan.

4..De beoordeling

4.1
[eiser] stelt dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de waterlekkage in zijn woning, maar dit wordt door [gedaagde] betwist en door [eiser] niet nader onderbouwd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] aangegeven dat zij in juli 2021 een melding heeft gedaan bij [naam 3], maar dat deze melding bij [naam 3] om onbekende oorzaak geen gevolg heeft gehad. Daarop is op 20 augustus 2021 door [gedaagde] een rappel gezonden. Een onafhankelijke schade-expert van [naam 3] zal op 13 september 2021 de oorzaak van de waterlekkage in de woning van [eiser] en eventuele schade als gevolg daarvan nader onderzoeken. Pas daarna kan met in achtneming van onder meer de voor partijen geldende statuten worden vastgesteld voor wiens rekening en risico herstel daarvan komt. Dit is door [eiser] onvoldoende weersproken. [eiser] heeft zodoende op dit moment geen belang bij zijn vordering onder I. De vordering wordt afgewezen. Nu van enige aansprakelijkheid en concrete schade (nog) niet is gebleken, zal het gevraagde schadevoorschot onder II. eveneens worden afgewezen.
4.2
[eiser] wordt veroordeeld in de proceskosten. Op het tijdstip van dagvaarden was immers al bekend dat melding tot het instellen van onderzoek naar de oorzaak van de lekkage was gedaan. De proceskosten worden op nihil gesteld, omdat [gedaagde] niet vertegenwoordigd is door een gemachtigde.

5..De beslissing

De kantonrechter
:
wijst de vordering af;
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op nihil;
Dit vonnis is gewezen door mr. C.P. van Gastel en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
47636