Op 19 april 2019 brak brand uit in een pand van [gedaagde 1], waarna Van Vliet Bouw en Advies B.V. werkzaamheden verrichtte, waaronder het plaatsen van stempels ter constructieve versteviging. De opdracht werd telefonisch gegeven door [gedaagde 2], bestuurder van [gedaagde 1]. Van Vliet factureerde kosten voor het plaatsen en huren van stempels en overige werkzaamheden, waarvan betaling werd geweigerd.
Van Vliet vordert betaling van €22.529,32 plus rente en incassokosten van [gedaagde 1] en voorwaardelijk van [gedaagde 2]. Gedaagden betwisten de omvang van de opdracht, met name dat alleen opdracht was gegeven voor het plaatsen van stempels, niet voor huur of andere werkzaamheden. Tevens wordt de redelijkheid van de huurkosten betwist.
De kantonrechter stelt vast dat alleen [gedaagde 1] als contractspartij geldt en dat er een mondelinge aannemingsovereenkomst is gesloten voor het plaatsen van stempels. Voor dit werk is een redelijke vergoeding verschuldigd, waarvan €480,00 als redelijk wordt erkend. De huur van stempels en overige werkzaamheden zijn betwist en Van Vliet draagt onvoldoende bewijs aan. Het beroep op zaakwaarneming wordt afgewezen wegens gebrek aan noodzaak en onderbouwing.
Vanwege onduidelijkheden over de omvang en kosten van de werkzaamheden en de huur, wordt een mondelinge behandeling bevolen waarin partijen hun stellingen nader kunnen toelichten en bewijs kunnen leveren. Tevens wordt onderzocht of partijen tot een schikking kunnen komen.