Verzoeker, die voor 80-100% arbeidsongeschikt is verklaard en een Participatiewet-uitkering ontvangt, heeft een schuldregeling aangeboden aan achttien schuldeisers ter hoogte van 3,33% van de totale schuld. Zeventien schuldeisers stemden in met het aanbod, maar één schuldeiser, met een vordering van €6.732,35 (13,6% van de totale schuld), weigerde.
De rechtbank beoordeelt of deze schuldeiser in redelijkheid tot weigering heeft kunnen komen, waarbij het belang van de schuldeiser wordt afgewogen tegen de belangen van verzoeker en de overige schuldeisers. De rechtbank stelt vast dat het voorstel deskundig is getoetst, goed onderbouwd en het uiterste is wat verzoeker kan bieden gezien zijn arbeidsongeschiktheid en beperkte inkomsten.
De rechtbank concludeert dat de belangen van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen dan die van de weigeraar. Het verzoek om de schuldeiser te bevelen in te stemmen met de regeling wordt toegewezen. Tevens wordt het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen omdat deze minder oplevert voor schuldeisers en meer kosten met zich meebrengt.
De schuldeiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden begroot. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.