4.16.Op basis van het dossier stelt de rechtbank het volgende vast over de kozijnen.
In of voor 2018 zijn door de vorige beheerder van [naam eiseres] offertes opgevraagd voor de kozijnen.
Voorafgaand aan de algemene vergadering van [naam eiseres] van 7 juli 2019 heeft [naam gedaagde] gekeken naar de MJOP, waarbij hij onder meer in het jaar 2023 voorziene kosten van de kozijnen had verschoven naar de zomer van 2020. Uit de (nog te actualiseren) cijfers bleek dat er een fors begrotingstekort was voor groot onderhoud, waaronder de kozijnen (productie 37 van [naam gedaagde]).
Tijdens de algemene vergadering van [naam eiseres] van 7 juli 2019 zijn ook de kozijnen besproken. De voorlopige planning was om de kozijnen rond de zomer van 2020 te laten vervangen. De beschikbare offertes van de vorige beheerder waren verouderd. [naam gedaagde] had voorafgaand aan de vergadering een indicatieve offerte van € 266.500,00 (excl. BTW en begeleiding) ontvangen. Begin 2020 zou er meer duidelijk zijn over de financiële situatie van [naam eiseres] en zou hierover een besluit genomen worden. Rond die tijd zouden er ook meerdere offertes opgevraagd en uitonderhandeld zijn, aldus nog steeds de notulen (productie 38 van [naam gedaagde]).
In een e-mail van 15 augustus 2019 vroeg [naam eiseres] aan [naam gedaagde] of het lukte met de offerte voor kozijnen en de MJOP (productie 41 van [naam gedaagde]).
In een e-mail van 29 oktober 2019 schreef [naam gedaagde] aan [naam eiseres] dat hij bij de geplande opname voor de standleidingen meteen zou kijken naar de kozijnen (productie 51 van [naam gedaagde]).
In november 2019 hebben [naam eiseres] en [naam gedaagde] gecorrespondeerd over de vraag hoe om te gaan met eigenaren die de kozijnen al hadden vervangen (productie 51 van [naam gedaagde]).
Op 16 december 2019 vroeg [naam eiseres] aan [naam gedaagde] om een voorbeeldberekening te maken wat het per adres zou kosten als het dak, de standleidingen en de kozijnen werden gerepareerd of vervangen (productie 52 van [naam gedaagde]).
Op 7 februari 2020 schreef [naam gedaagde] aan [naam eiseres] dat hij op de kozijnen geen uitgebreide inspectie heeft gedaan. Wel was hij een aantal exemplaren tegengekomen die helemaal verrot waren (productie 13 van [naam eiseres]).
Bij de factuur van [naam gedaagde] van 11 mei 2020 voor de kozijnen, zit een specificatie (productie 55 van [naam gedaagde]). Daarin staat dat de werkzaamheden voor de kozijnen op 13 februari 2020 door [naam eiseres] zijn geannuleerd uit geldgebrek. Ook staat er in de specificatie dat nieuwe offertes ongetwijfeld hoger waren uitgevallen, maar dat [naam gedaagde] is uitgegaan van de laagste oude offerte (de rechtbank begrijpt: de laagste van de offertes die de vorige beheerder van [naam eiseres] had opgevraagd).