ECLI:NL:RBROT:2021:8958
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken materiële connexiteit bij weigering omgevingsvergunning bouwen
Verzoeker heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen op een locatie te Rotterdam, welke door het college van burgemeester en wethouders is geweigerd. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt en vervolgens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om handhaving tegen het bouwen te voorkomen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld en beoordeeld aan de hand van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waarin formele en materiële connexiteit worden geëist voor ontvankelijkheid van een verzoek om voorlopige voorziening. Hoewel formele connexiteit aanwezig is, ontbreekt materiële connexiteit omdat het verzoek om voorlopige voorziening ziet op het mogen doorbouwen op basis van een eerder verleende vergunning, terwijl het bestreden besluit de weigering van een nieuwe vergunning betreft.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek geen betrekking heeft op het geschil dat in de bodemprocedure aan de orde is en verklaart het verzoek daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van materiële connexiteit.