Verzoekster diende een verzoek in tot gedwongen schuldregeling op grond van artikel 287a Faillissementswet, waarbij zij een akkoord aanbood aan haar schuldeisers met een gedeeltelijke betaling van hun vorderingen. Dertien schuldeisers stemden in, maar een grote schuldeiser met een vordering van 54,4% van de totale schuld weigerde.
De rechtbank oordeelde dat het voorstel niet goed en betrouwbaar was gedocumenteerd en niet het uiterste weerspiegelde waartoe verzoekster financieel in staat is. Verzoekster werkt parttime maar is in staat fulltime te werken, zonder medische vrijstelling of bewijs van arbeidsongeschiktheid. Ook ontbraken sollicitatie-inspanningen en bewijs daarvan.
Gezien de belangenafweging en de wettelijke waarborgen van de schuldsaneringsregeling, woog het belang van de grote schuldeiser zwaarder dan dat van verzoekster en de overige schuldeisers. Daarom werd het verzoek tot gedwongen schuldregeling afgewezen.