Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift, binnengekomen ter griffie op 31 mei 2021, met bijlagen;
- het verweerschrift, binnengekomen ter griffie op 17 augustus 2021, met bijlagen;
- de pleitaantekeningen van de gemachtigde van [verzoekster].
2..De feiten
“
Naar aanleiding van ons gesprek van afgelopen donderdag 14 januari j.l. waarin u om mijn reactie vraagt, wil ik u het volgende schrijven.Naar eer en geweten heb ik mij altijd geconformeerd aan de normen en waarden die bij [verzoekster] gangbaar zijn. Daar kan, mijn inziens, geen misverstand over bestaan. Wel is in ons gesprek mij duidelijk geworden dat het tijdbeeld anno 2020 wezenlijk anders is dan die uit 2011 en 2015. Dat spijt mij oprecht en U kunt ervan overtuigd zijn dat ik mijn gedrag aan boord daarop aanpas. In mijn schrijven van 22 December 2020 heb ik U beloofd dat ik de naaktrecreaties aan boord (zonnebaden en masseren) staak. Dat is een belofte waaraan U mij kunt houden.Met veel plezier heb ik mij de afgelopen 9 jaar voor [verzoekster] ingezet, en zou dan ook graag deze inzet nu en in de toekomst willen voortzetten”.
“(….) We missen in onderstaand bericht je zelfreflectie op andere aspecten die benoemd zijn in de gesprekken en niet in de values liggen van [verzoekster]. Dit ondanks ons duidelijk verzoek. Jij komt echter enkel met een reactie dat je dit niet meer zal doen en geeft op geen enkele manier aan inzicht te hebben over de ernst van de situatie. We kunnen er dan ook niet van op aan dat jij weet wat ervan je wordt verwacht en dat je ook het juiste gedrag gaat vertonen. (….) Jouw mail geeft ons geen vertrouwen dat je de ernst van de situatie begrijpt en je geeft ook niet aan hoe wij kunnen vertrouwen dat jij nog verder als onze kapitein op een schip kan functioneren. Je geeft aan dat je graag nog verder wil maar wij zien niet goed hoe dat zou moeten omdat er geen vertrouwen is dat jij op de gewenste manier kan functioneren, terwijl we daar blind op moeten kunnen vertrouwen, omdat je tijdens een reis niet gezien wordt en wij dus niet kunnen zien hoe het verloopt. We hebben de belangen van alle opvarenden te beschermen”.
3..Het verzoek van [verzoekster] en de grondslag daarvan
4..Het verweer
5..De beoordeling
ernstig en duurzaamverstoorde arbeidsverhouding, die van dien aard is dat van de werkgever in redelijkheid niet langer te vergen is dat hij het dienstverband continueert (
Kamerstukken II2013/14, 33 818, nr. 3, p. 46).
duurzame en onherstelbareverstoring, in die zin dat van [verzoekster] niet kan worden gevergd dat zij de arbeidsovereenkomst laat voortduren. Dit betekent dat het verzoek op de g-grond evenmin toewijsbaar is.