ECLI:NL:RBROT:2021:9080

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 september 2021
Publicatiedatum
21 september 2021
Zaaknummer
FT EA 16/1490
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening schone lei na schuldsaneringsregeling ondanks geringe tekortkomingen

Schuldenaar was sinds 18 augustus 2016 onder de schuldsaneringsregeling geplaatst. De bewindvoerder bracht in mei 2021 verslag uit over de beëindiging van deze regeling en gaf aanvankelijk geen positief advies voor het verlenen van de schone lei vanwege openstaande schulden en achterstanden. Tijdens de zitting op 6 september 2021 wijzigde de bewindvoerder zijn standpunt positief, omdat de boedelachterstand was ingelopen en schuldenaar betalingsregelingen had getroffen met het UWV en de Belastingdienst.

De rechtbank oordeelde dat schuldenaar weliswaar toerekenbaar tekort was geschoten in de nakoming van verplichtingen, maar dat deze tekortkoming gezien haar bijzondere aard en geringe betekenis buiten beschouwing bleef. De nieuwe schulden aan de Belastingdienst waren ontstaan door herberekeningen van toeslagen over 2020 en schuldenaar had direct een betalingsregeling getroffen en de eerste termijn voldaan.

De rechtbank achtte aannemelijk dat schuldenaar zich aan deze betalingsregeling zal houden en dat er geen andere tekortkomingen waren. Daarom werd de schone lei verleend, waardoor na beëindiging van de regeling bestaande vorderingen waarvoor de regeling geldt niet langer afdwingbaar zijn. Tevens werd het salaris van de bewindvoerder vastgesteld op maximaal €4.544,97.

Uitkomst: De rechtbank verleent de schone lei aan schuldenaar ondanks geringe tekortkomingen en stelt het salaris van de bewindvoerder vast.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
verlening schone lei
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 13 september 2021
Bij vonnis van deze rechtbank van 18 augustus 2016 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenaar],
[adres]
[woonplaats],
schuldenaar,
bewindvoerder: N. Pavljasevic.

1..De procedure

De bewindvoerder heeft op 12 mei 2021 schriftelijk verslag uitgebracht over de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Op 9 augustus 2021 heeft de bewindvoerder de rechtbank bericht omtrent de laatste stand van zaken.
De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is behandeld ter terechtzitting van 6 september 2021. De bewindvoerder en schuldenaar zijn verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2..De standpunten

In de laatste stand van zaken van 9 augustus 2021 heeft de bewindvoerder aan de rechter-commissaris medegedeeld dat hij geen positief advies kan geven met betrekking tot het verlenen van de schone lei. Schuldenaar heeft niet volledig voldaan aan zijn afdrachtplicht en hij heeft nieuwe schulden laten ontstaan. De achterstand bedraagt € 428,01. Daarnaast staan er nieuwe schulden open aan het UWV van € 443,37 en aan de Belastingdienst van
€ 1.592,- en € 1.017,- inzake de huurtoeslag 2020 en de zorgtoeslag 2020.
Ter zitting heeft de bewindvoerder verklaard dat de boedelachterstand inmiddels is ingelopen. De bewindvoerder heeft in augustus een brief van het UWV ontvangen dat er van de schuld van € 443,37 nog € 115,- openstaat. Schuldenaar heeft verklaard dat hij de vordering van het UWV inmiddels volledig heeft ingelost. Daarnaast heeft de bewindvoerder contact opgenomen met de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft in het gesprek met de bewindvoerder aangegeven dat schuldenaar een betalingsregeling heeft getroffen waarbij hij minimaal € 48,- per maand dient te betalen. De Belastingdienst had de eerste betaling ontvangen ten tijde van het gesprek met de bewindvoerder. Schuldenaar heeft ter zitting verklaard dat hij reeds € 120,- heeft betaald aan de Belastingdienst ter voldoening van de eerste termijn.
Gelet op het bovenstaande heeft de bewindvoerder zijn standpunt gewijzigd en heeft hij ter zitting positief geadviseerd ten aanzien van het verlenen van de schone lei.

3..De beoordeling

De rechtbank oordeelt dat schuldenaar weliswaar toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten maar dat deze tekortkoming gezien haar bijzondere aard dan wel geringe betekenis buiten beschouwing blijft.
De schulden aan de Belastingdienst zijn ontstaan als gevolg van herberekeningen van het recht op toeslagen over het jaar 2020. Deze schulden zijn pas recent opgekomen, te weten begin augustus 2021. Schuldenaar heeft meteen daarna een betalingsregeling getroffen met de Belastingdienst. Ter terechtzitting heeft schuldenaar toegezegd dat hij de betalingsregeling met de Belastingdienst zal nakomen, zodat hij de nieuwe schulden inzake de huur- en zorgtoeslag 2020 van € 1.592,- en € 1.017,- alsnog zal afbetalen. De rechtbank is van oordeel dat schuldenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich aan deze toezegging zal houden. Schuldenaar heeft zich ook aan eerdere betalingsregelingen gehouden en schuldenaar heeft reeds de eerste termijn betaald. Er zijn geen andere tekortkomingen binnen de regeling. Aan schuldenaar zal daarom de zogenoemde “schone lei” worden verleend.
Geen van de schuldeisers heeft redenen aangevoerd om tot een ander oordeel te komen.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.

4..De beslissing

De rechtbank:
  • stelt vast dat schuldenaar toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en bepaalt dat deze tekortkoming gezien haar bijzondere aard dan wel geringe betekenis buiten beschouwing blijft;
  • bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenaar eindigen op 18 augustus 2021;
  • verleent de zogenoemde “schone lei” waardoor de na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaande vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, niet langer afdwingbaar zijn;
- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal
€ 4.544,97.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.E. Prenger, rechter, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 6 september 2021. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.