ECLI:NL:RBROT:2021:9111
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling nalatenschap en rekening-courantvordering in erfrechtelijke procedure
Moeder is op 10 maart 2013 overleden en haar vijf kinderen zijn erfgenamen. Eén van hen is benoemd tot executeur. De nalatenschap bevatte banktegoeden en een rekening-courantvordering op een vennootschap. De erfgenamen waren het oneens over de verdeling van de nalatenschap en de wijze waarop de executeur deze had afgehandeld.
De rechtbank bevestigt het eerdere tussenvonnis en stelt vast dat de executeur persoonlijk aansprakelijk is omdat hij de rekening-courantvordering van de nalatenschap niet op de ervenbankrekening heeft gestort, maar in eigen rekening-courantverhoudingen heeft gebracht. De rechtbank wijst de berekeningen van de erfgenamen en executeur toe, corrigeert onredelijke verrekeningen en bepaalt de exacte bedragen die aan de erfgenamen moeten worden betaald.
Daarnaast wordt de rekening-courantvordering van een erfgenaam op de vennootschap vastgesteld op €192.668,- met 4% rente en worden buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. Conservatoir beslag is terecht gelegd en de beslagkosten worden toegewezen. De proceskosten worden gecompenseerd vanwege de familiebanden tussen partijen. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De executeur en vennootschap worden veroordeeld tot betaling van de erfdeelbedragen, rekening-courantvordering met rente, incassokosten en beslagkosten; proceskosten worden gecompenseerd.