Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[naam eiser 1]
1..Het verloop van de procedure
2..De verdere beoordeling
€ 5.371,20.
3..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
Eisers vorderden betaling van schadevergoeding, huurachterstand en incassokosten van de huurder na het einde van de huurovereenkomst. De huurder had de huurachterstand reeds voldaan, waardoor die vordering werd ingetrokken.
De eisers stelden dat de huurder het gehuurde niet correct had opgeleverd, onder meer vanwege beschadigingen, onvoldoende schoonmaak en een kattenluik. De kantonrechter stelde vast dat bij aanvang van de huur geen opleveringsbeschrijving was opgemaakt, waardoor werd aangenomen dat de woning in dezelfde staat werd opgeleverd als bij aanvang, tenzij tegenbewijs werd geleverd.
De kantonrechter oordeelde dat de door eisers aangevoerde gebreken onvoldoende waren onderbouwd en dat normale slijtage en geringe vervuiling niet tot aansprakelijkheid van de huurder leiden. Ook werd geen bewijs geleverd van gemaakte schoonmaakkosten. De vordering tot buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens het ontbreken van een aanmaningsbrief die aan de wettelijke eisen voldoet.
De kantonrechter veroordeelde de huurder alleen in beperkte proceskosten en wees de overige vorderingen af. Het vonnis werd uitgesproken door rechter Rapmund.
Uitkomst: De vorderingen tot schadevergoeding en incassokosten worden afgewezen; de huurder wordt veroordeeld in beperkte proceskosten.