ECLI:NL:RBROT:2021:9162

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 september 2021
Publicatiedatum
23 september 2021
Zaaknummer
C/10/623313 / JE RK 21-2121
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling wegens gedrags- en gezinsproblematiek bij minderjarige

De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2006, vanwege ernstige gedragsproblematiek en schoolverzuim. De ouders oefenen het ouderlijk gezag uit en wonen samen met het kind, maar ervaren grote moeilijkheden in de opvoeding ondanks hun betrokkenheid en bereidheid tot hulp.

Tijdens de zitting met gesloten deuren is het kind gehoord en zijn de ouders en een vertegenwoordiger van de Raad aanwezig geweest. De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West ondersteunt het verzoek, omdat de vrijwillige hulpverlening onvoldoende resultaat heeft geboekt en de gezinsproblematiek complex is.

De kinderrechter oordeelt dat het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en dat de ouders onvoldoende in staat zijn om zonder gedwongen kader de problemen op te lossen. Daarom wordt het kind onder toezicht gesteld voor de duur van twaalf maanden, met inzet van een jeugdbeschermer die de ouders ondersteunt en de ontwikkeling van het kind volgt.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden door belanghebbenden worden aangevochten bij het gerechtshof Den Haag via een advocaat.

Uitkomst: Het kind wordt onder toezicht gesteld van Jeugdbescherming West voor twaalf maanden wegens ernstige gedrags- en gezinsproblematiek.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/623313 / JE RK 21-2121
datum uitspraak: 7 september 2021

beschikking ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,
betreffende

[naam kind],

geboren op [geboortedatum kind] 2006 te [geboorteplaats kind], hierna te noemen [naam kind].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder],

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder],

[naam vader],

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader].

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 3 augustus 2021, ingekomen bij de griffie op dezelfde datum.
Op 7 september 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
  • de ouders,
  • een vertegenwoordigster van de Raad, [naam 1],
- een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West, hierna te noemen de GI, [naam 2].
[naam kind] is in de gelegenheid gesteld om zijn mening kenbaar te maken.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders.
[naam kind] woont bij de ouders.

Het verzoek

De Raad heeft een ondertoezichtstelling van [naam kind] verzocht voor de duur van twaalf maanden.
De Raad heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht.
Er is sprake van kindeigenproblematiek en systeemproblematiek. De grootste zorg van de Raad is gelegen in het gedrag van [naam kind]. [naam kind] vertoont thuis explosief en zelfbepalend gedrag en er is sprake van schoolverzuim. De ouders zijn zeer betrokken en staan open voor hulpverlening, maar weten zich geen raad meer met de situatie. Hulpverlening in het vrijwillige kader is onvoldoende van de grond gekomen. De (gezins)problematiek is momenteel dermate complex dat hulpverlening in een gedwongen kader noodzakelijk is. Met behulp van inzet van MST zal de komende periode meer duidelijkheid moeten komen over de ontwikkeling van [naam kind] en de (on)mogelijkheden van ouders binnen de opvoedingsomgeving.

De standpunten

De GI heeft zich ter zitting aangesloten bij het verzoek van de Raad. Gelet op de problematiek en het feit dat de hulpverlening tot op heden onvoldoende van de grond is gekomen, is de inzet van een jeugdbeschermer noodzakelijk. Samen met de ouders zal worden bezien wat nodig is en haalbaar in de thuissituatie. Ook is het van groot belang dat [naam kind] gemotiveerd raakt voor de hulpverlening. Daar is een taak weggelegd voor de GI.
De ouders zijn het eens met het verzoek. De ouders hebben hulp nodig. Het is belangrijk dat [naam kind] een signaal krijgt dat het op deze manier niet meer kan. [naam kind] heeft behoefte aan duidelijkheid en structuur. [naam kind] gaat nog steeds niet naar school. Wel sport [naam kind] en heeft hij een bijbaan, dat doet hem goed.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [naam kind] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Er is bij [naam kind] sprake van gedragsproblematiek en schoolverzuim. Daarbij is er sprake van gezinsproblematiek. De problematiek is momenteel dermate complex, dat hulpverlening in het vrijwillige kader onvoldoende van de grond komt en de ouders zich geen raad meer weten met de situatie. De ouders zijn bereid, maar onvoldoende in staat om onder eigen verantwoordelijkheid de ontwikkelingsbedreiging voor [naam kind] weg te nemen. De kinderrechter is daarom van oordeel dat de inzet van een jeugdbeschermer noodzakelijk is om de ouders te ondersteunen in de opvoeding, de benodigde hulpverlening voor [naam kind] in te zetten, hem te motiveren en zijn ontwikkeling te volgen.
Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal [naam kind] daarom onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.

De beslissing

De kinderrechter:
stelt [naam kind] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West, gevestigd te Dordrecht, met ingang van 7 september 2021 tot 7 september 2022;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C.M. Persoon, kinderrechter, in tegenwoordigheid van I.E. Teunissen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 7 september 2021.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 23 september 2021.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.