Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoekers;
- de heer M. van Enkhuizen, werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening);
- [naam 1] en [naam 2] , namens [schuldeiser] .
Rechtbank Rotterdam
Verzoekers hebben op 15 juli 2021 een verzoek ingediend op grond van artikel 287a Faillissementswet om een schuldeiser te dwingen mee te werken aan een schuldregeling. Het voorstel omvatte een betaling van 7,12% aan preferente en 3,56% aan concurrente schuldeisers, gebaseerd op de afloscapaciteit van verzoeker.
Negen schuldeisers stemden in, maar één schuldeiser, met een vordering van 43,4% van de totale schuld, weigerde. De rechtbank heeft ter zitting vastgesteld dat verzoekster onvoldoende inspanningen heeft geleverd om betaald werk te vinden, waardoor het voorstel niet het uiterste haalbare is. Het prognoseakkoord biedt onvoldoende waarborgen voor naleving van de sollicitatieverplichting.
De rechtbank oordeelt dat het belang van de weigeraar zwaarder weegt dan dat van verzoekers en overige schuldeisers en wijst het verzoek af. Een afzonderlijke beslissing over de wettelijke schuldsaneringsregeling volgt later.
Uitkomst: Het verzoek om een schuldeiser te dwingen in te stemmen met de schuldregeling wordt afgewezen omdat het voorstel niet het maximaal haalbare is.