Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoekster;
- de heer M. van Enkhuizen, werkzaam bij Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287a Faillissementswet om een schuldeiser te dwingen akkoord te gaan met een schuldregeling waarbij zij 4,66% van de totale schuldenlast betaalt. Zes schuldeisers stemden in, één schuldeiser niet. De rechtbank oordeelt dat het belang van de weigeraar zwaarder weegt dan dat van verzoekster en de overige schuldeisers.
De rechtbank constateert dat verzoekster onvoldoende heeft aangetoond dat zij zich maximaal heeft ingespannen om betaald werk te vinden, wat haar afloscapaciteit zou kunnen verhogen. Ook is onvoldoende onderbouwd dat haar inkomen niet zal stijgen. Daarnaast is het niet uitgesloten dat verzoekster als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire zal worden aangemerkt, wat volledige compensatie van schuldeisers zou vereisen.
Gezien deze omstandigheden is het aanbod niet het uiterste dat verzoekster kan bieden en weegt het belang van de schuldeiser die weigert mee te werken zwaarder. Daarom wijst de rechtbank het verzoek af om de schuldeiser te dwingen in te stemmen met de schuldregeling. De beslissing over de schuldsaneringsregeling volgt in een aparte procedure.
Uitkomst: Het verzoek om de schuldeiser te dwingen in te stemmen met de schuldregeling wordt afgewezen.