ECLI:NL:RBROT:2021:9329
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen boete voor overtreding blauwzuurgehalte in lijnzaad diervoeder ongegrond verklaard
Eiser werd door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit beboet wegens het in de handel brengen van lijnzaad met een blauwzuurgehalte van 293 mg/kg, hoger dan het maximaal toegestane 250 mg/kg volgens Europese richtlijnen en nationale regelgeving. De boete bedroeg €5.000 en werd gehandhaafd na bezwaar.
Eiser voerde aan dat de risico's voor dieren gering waren, omdat het lijnzaad slechts in kleine hoeveelheden aan paarden werd verstrekt en bovendien verhit werd, waardoor het blauwzuur zou verdampen. Ook vond eiser de boete onevenredig hoog, omdat deze 11% van de jaarwinst zou bedragen.
De rechtbank stelde vast dat de overtreding niet werd betwist en dat de periode tussen monstername en inspectie niet onredelijk lang was. Het verdunnen van het diervoeder met te hoog gehalte blauwzuur is verboden. De rechtbank oordeelde dat de boete conform de wettelijke voorschriften en richtlijnen was vastgesteld en niet onredelijk was. Financiële gevolgen voor eiser rechtvaardigen geen matiging.
Verder wees de rechtbank het betoog af dat andere normen gelden in de reguliere voedselketen, omdat voor diervoeders specifieke regels gelden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de boete van €5.000,- wegens overtreding van het maximaal toegestane blauwzuurgehalte in lijnzaad diervoeder.