Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[naam eiseres] , te [vestigingsplaats eiseres] , verzoekster,
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Wettelijk kader en toetsingskader van de voorzieningenrechter
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster, een thuiszorginstelling, verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om een inspectierapport openbaar te maken. Het rapport betreft een inspectiebezoek van 9 april 2021 door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).
Verzoekster stelde dat het rapport onzorgvuldig tot stand was gekomen en feitelijke onjuistheden bevatte. Tijdens de zitting werden enkele passages besproken die door verweerder werden toegezegd te corrigeren. Het wettelijke kader voor openbaarmaking is gebaseerd op de Gezondheidswet en het Besluit openbaarmaking toezicht- en uitvoeringsgegevens, waarbij een belangenafweging niet aan de orde is behalve voor persoonsgegevens.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de inspectie bevoegd was het onderzoek uit te voeren zonder toestemming van verzoekster. Verweerder had voldoende gemotiveerd dat het rapport feitelijk juist was en dat de waardering van feiten niet door de bestuursrechter wordt getoetst. Gezien het ontbreken van een evidente onrechtmatigheid werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot openbaarmaking van het inspectierapport wordt afgewezen.