Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- het exploot van dagvaarding van 22 juli 2020, met producties;
- de conclusie van antwoord, tevens houdende conclusie van eis in voorwaardelijke reconventie.
Rechtbank Rotterdam
Twee zusters zijn de enige erfgenamen van hun overleden vader. Eiseres vordert dat gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van bedragen die zij kort voor en na het overlijden van hun vader van diens bankrekening heeft opgenomen, stellende dat dit onrechtmatig was jegens de nalatenschap.
De rechtbank oordeelt dat de nalatenschap een gemeenschap vormt waarvan beide zusters deelgenoten zijn. Volgens artikel 3:171 BW Pro kan een deelgenoot slechts tegen derden procederen namens de gemeenschap, niet tegen een mede-deelgenoot. Vorderingen tegen mede-deelgenoten kunnen pas bij de verdeling van de nalatenschap aan de orde komen.
De rechtbank wijst de vordering daarom af wegens niet-ontvankelijkheid. Ook de voorwaardelijke reconventionele vordering wordt niet behandeld omdat de voorwaarde niet is vervuld. Proceskosten worden gecompenseerd vanwege de familierelatie.
Uitkomst: Eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tegen mede-erfgenaam wegens onrechtmatige opnames van nalatenschap.