De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een ondertoezichtstelling van het kind voor de duur van twaalf maanden. Het kind zit klem in de verstoorde relatie tussen de ouders, waarbij beide ouders zorgen uiten over de opvoedsituatie bij de ander. Er is sprake van loyaliteitsproblematiek en het kind krijgt geen onbelast contact met de moeder, wat de relatie tussen moeder en kind ernstig belemmert.
De moeder verzet zich niet tegen het verzoek en wenst hulp bij het verbeteren van het contact en inzicht in de opvoedsituatie bij de vader. De vader verzet zich tegen het verzoek en uit zorgen over de psychische gesteldheid en alcoholverslaving van de moeder, en stelt dat het kind geen contact wil met de moeder. De kinderrechter oordeelt dat het kind ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd door de strijd tussen de ouders en dat de communicatie tussen de ouders ernstig verstoord is.
De rechter stelt vast dat het kind recht heeft op onbelast contact met beide ouders en dat vrijwillige pogingen tot omgang niet tot verbetering hebben geleid. Daarom wordt het kind onder toezicht gesteld voor twaalf maanden met het oog op het verbeteren van de ouder-kindrelatie en het opstarten van hulpverlening. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en mondeling uitgesproken op 23 juni 2021.