ECLI:NL:RBROT:2021:9485
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit wegslepen auto wegens ontbreken aanvang overbrenging
Eiser was eigenaar van een auto die op 24 juni 2020 werd weggesleept vanwege parkeren in een gebied met een tijdelijk parkeerverbod. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, bracht de kosten voor het wegslepen en de opslag in rekening. Eiser betwistte het besluit en stelde dat het verkeersbord onduidelijk was en dat hij aanwezig was voordat de kabel van de takelwagen aan de auto was bevestigd.
De rechtbank oordeelde dat het verkeersbord niet onduidelijk was geplaatst en richtte zich op de vraag of de overbrenging van het voertuig al was begonnen toen eiser arriveerde. Volgens de Wegenverkeerswet 1994 begint de overbrenging op het moment dat het vastkoppelen van het voertuig aan de takelwagen is voltooid. Verweerder kon dit niet overtuigend aantonen, mede doordat er geen verklaringen van toezichthouders of een proces-verbaal in het dossier zaten.
De rechtbank achtte het aannemelijk dat de overbrenging nog niet was aangevangen toen eiser arriveerde, waardoor het wegslepen niet had mogen plaatsvinden. De kosten van het wegslepen komen daarom niet voor rekening van eiser, alleen de voorbereidingskosten van €100 blijven voor zijn rekening. Het primaire besluit werd voor zover het de kosten boven €100 betrof herroepen en verweerder werd opgedragen €115,69 terug te betalen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot in rekening brengen van kosten boven €100 voor het wegslepen wordt vernietigd.