Het betreft een zaak over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarig kind bij haar grootouders aan vaderszijde. Het kind verblijft sinds oktober 2016 bij de grootouders, die haar een stabiele opvoedomgeving bieden. De ouders oefenen het ouderlijk gezag uit, maar zijn er niet in geslaagd gezamenlijk een besluit te nemen over de woonplaats van het kind.
De gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (GI) heeft een perspectiefonderzoek uitgevoerd, dat adviseert het kind terug te plaatsen bij de moeder. Dit advies heeft echter onrust veroorzaakt bij het kind en haar omgeving. De grootouders zijn op leeftijd en kampen met gezondheidsproblemen, wat vragen oproept over de continuïteit van de zorg.
De moeder verzet zich tegen verlenging van de uithuisplaatsing, tenzij dit gericht is op gefaseerde terugplaatsing. De vader stemt in met het advies van het PPO onder voorwaarden voor zorgvuldige monitoring. De kinderrechter acht het in het belang van het kind dat de uithuisplaatsing bij de grootouders wordt verlengd, met als doel een zorgvuldige terugplaatsing naar de moeder. De machtiging wordt verlengd tot 6 december 2021 en is uitvoerbaar bij voorraad.