Verzoekster diende een klacht in tegen de zorgaanbieder over verplichte zorg, waaronder insluiting en medicatietoediening, en verzocht om schadevergoeding. De klachtencommissie verklaarde klachten deels gegrond en kende een schadevergoeding van €100 toe.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de klachten over insluiting op 16 en 22 april en medicatietoediening op 18 mei ongegrond waren, mede omdat verzoekster niet betwistte dat insluiting noodzakelijk was en zij voldoende geïnformeerd was over de insluiting op 16 en 22 april. De rechtbank verwierp het standpunt dat een wijziging van de zorgmachtiging noodzakelijk was voor herhaalde insluitingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van de zorgaanbieder niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Ten aanzien van de schadevergoeding oordeelde de rechtbank dat de immateriële schade door gebrekkige informatievoorziening beperkt was en bevestigde de schadevergoeding van €100. De klachten van verzoekster werden verder ongegrond verklaard.