ECLI:NL:RBROT:2021:9716
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring en beroep op hardheidsclausule niet geslaagd
Eiseres verzocht om een urgentieverklaring, welke door het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel werd afgewezen. Na bezwaar bleef het besluit ongewijzigd, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank Rotterdam.
De rechtbank overweegt dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden voor urgentie, waaronder het ontbreken van zelfstandige woonruimte en het ontbreken van een onvoorziene of schrijnende situatie die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigt. De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om woningzoekenden zonder zelfstandige woonruimte uit te sluiten van urgentie en eiseres is niet dakloos omdat zij haar oude woning nog bewoont.
Het beroep op artikel 27, derde lid, van het IVRK faalt omdat de zoon van eiseres in een pleeggezin is geplaatst. De rechtbank acht de woonsituatie van eiseres geen schrijnende situatie die een urgentieverklaring rechtvaardigt, ook niet gezien de psychische problemen en het contact met haar zoon.
Hoewel het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is, wordt dit gebrek gepasseerd omdat aannemelijk is dat belanghebbenden hierdoor niet zijn benadeeld en het besluit ook bij juiste motivering in stand zou blijven. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard en de hardheidsclausule wordt niet toegepast.