ECLI:NL:RBROT:2021:9718
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldhulpverlening wegens niet nakomen medewerkingsplicht
Eiseres had een overeenkomst tot schuldhulpbemiddeling gesloten, waarbij zij verplicht was maandelijks een afgesproken bedrag af te dragen aan een reserveringsrekening. Verweerder beëindigde de schuldhulpverlening omdat eiseres onvoldoende had afgedragen en de achterstanden niet kon inhalen.
Eiseres stelde dat zij vanwege beëindiging van haar WW-uitkering minder inkomsten verwachtte en daarom een lager bedrag overmaakte. Zij betoogde dat de achterstanden niet waren ontstaan als verweerder eerder duidelijkheid had gegeven over de aflossingsbedragen.
De rechtbank oordeelde dat uit de dossierstukken blijkt dat eiseres niet aan haar afspraken heeft voldaan en haar medewerkingsplicht heeft geschonden. Verweerder had eiseres meerdere hersteltermijnen geboden die niet zijn benut. Er waren geen bijzondere omstandigheden die het besluit tot beëindiging onredelijk maakten.
Het beroep tegen het besluit is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van schuldhulpverlening wegens niet nakomen van de medewerkingsplicht is ongegrond verklaard.