Verzoekster werkte sinds september 2020 bij Flexworld op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Op 6 mei 2021 vroeg zij betaald verlof aan via een app, maar kreeg geen toestemming. Desondanks verscheen zij niet op het werk, wat Flexworld als ongewettigde afwezigheid beschouwde.
Flexworld sprak op 8 mei 2021 het ontslag op staande voet uit wegens deze afwezigheid. Verzoekster diende haar verzoek tot vernietiging van het ontslag op 9 juli 2021 in, één dag te laat na de wettelijke termijn van twee maanden.
De kantonrechter verklaarde verzoekster niet-ontvankelijk vanwege deze termijnoverschrijding. Indien zij wel ontvankelijk was geweest, zou het ontslag gegrond zijn bevonden vanwege het niet verschijnen op het werk zonder toestemming en het niet reageren op het verzoek van Flexworld om contact op te nemen.
Flexworld vorderde tevens een boete wegens het verrichten van ander werk tijdens werktijd, maar deze vordering werd afgewezen omdat verzoekster op die momenten niet op de werkplek van Flexworld aanwezig was.
Verzoekster werd veroordeeld in de proceskosten en de beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.