Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..De vordering en het verweer in conventie
.
4..De vordering en het verweer in reconventie
5..De beoordeling
6..De beslissing
:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak staat centraal of de huurverhoging van de woning per 1 juli 2020 rechtsgeldig is aangezegd en of verhuurder gehouden is gebreken aan de woning te herstellen.
Verhuurder SOR stelde dat de huurprijs per 1 juli 2020 werd verhoogd van € 731,90 naar € 749,04 en dat huurder deze verhoging vanaf die datum moest betalen. Huurder betwistte ontvangst van de brief van 24 april 2020 waarin de verhoging werd aangekondigd en stelde dat de huurverhoging pas per 1 oktober 2020 inging. De kantonrechter oordeelde dat verhuurder niet had bewezen dat de brief was ontvangen, waardoor de huurverhoging niet per 1 juli maar per 1 oktober 2020 inging. De vordering tot betaling van huurverhoging vanaf 1 juli werd afgewezen.
In reconventie vorderde huurder herstel van tochtklachten bij ramen. Verhuurder betwistte het bestaan van een gebrek en stelde dat de woning voldoende geïsoleerd en geventileerd is. Huurder heeft zijn stellingen onvoldoende onderbouwd en niet gereageerd op de betwisting, waardoor de vordering werd afgewezen.
Beide partijen werden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurverhoging per 1 juli 2020 wordt afgewezen en de vordering tot herstel van gebreken wordt eveneens afgewezen.