Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 oktober 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres,
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder,
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid).
Procesverloop
Overwegingen
Datum en tijdstip van de bevinding: maandag 9 juli 2018 en 10 juli 2018 omstreeks 23:45 en 04:45 uur.
Datum en tijdstip van de bevinding: woensdag 12 september 2018 omstreeks 23:45 uur (toezichthouder 36694) en 13 september 2018 omstreeks 04:45 uur (toezichthouder 37445).
De minister, die gebruik wil maken van zijn bevoegdheid om een boete op te leggen wegens vorengenoemde overtreding, moet bewijzen dat van bedoeld lijden sprake is en dat noodzakelijke maatregelen daartegen achterwege zijn gebleven. Dit kan de minister bijvoorbeeld doen op basis van een rapportage van de bevindingen van een toezichthouder naar aanleiding van een controle op het slachthuis. Of bij vleeskuikens sprake is van lijden als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder e, van Verordening nr. 1099/2009 kan onder meer worden vastgesteld op basis van de relevante bevindingen van een ter zake deskundig te achten toezichthouder met betrekking tot het gedrag van de kuikens en/of uit lichamelijk onderzoek van levende en/of dode kuikens.”
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- herroept beide primaire besluiten;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) tot betaling van een schadevergoeding van € 1.000,- aan eiseres;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht van € 354,- vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.564,-.