VHBR heeft bij de rechtbank Rotterdam een schadevergoedingsvordering ingesteld tegen Stedin wegens het niet tijdig realiseren van energieaansluitingen voor een appartementencomplex. Stedin vordert op haar beurt betaling van openstaande facturen uit hoofde van de overeenkomst voor de aansluitingen.
De rechtbank stelt vast dat VHBR zelf verantwoordelijk was voor tijdige aanmelding bij een energieleverancier, wat pas op 11 november 2019 plaatsvond. Hierdoor ontbreekt het causaal verband tussen de vermeende te late oplevering door Stedin en de door VHBR gestelde schade over de periode tot 11 november 2019. Voor de periode daarna heeft VHBR onvoldoende gesteld om het verband aannemelijk te maken.
De rechtbank wijst daarom de schadevergoedingsvordering van VHBR af en veroordeelt VHBR tot betaling van de hoofdsom van €40.230,39, vermeerderd met wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke kosten aan Stedin. VHBR wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.