ECLI:NL:RBROT:2021:9955
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding na vrijspraak en voorarrest in diefstalzaak
De verzoeker was in een strafzaak verdacht van diefstal met geweldpleging van een telefoon en bijbehorende oortjes. Hij werd in verzekering gesteld en vervolgens in bewaring genomen. Op 11 maart 2021 sprak de meervoudige strafkamer hem vrij van alle ten laste gelegde feiten, waaronder diefstal, en dit vonnis werd onherroepelijk op 26 maart 2021.
Na de vrijspraak diende verzoeker op 18 mei 2021 verzoeken in op grond van artikel 533 Sv Pro (schadevergoeding voor voorarrest) en artikel 530 Sv Pro (vergoeding kosten rechtsbijstand). De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat verzoeker had moeten weten dat de telefoon van diefstal afkomstig was en wees de verzoeken af.
De rechtbank oordeelde dat ondanks de verdenking ten tijde van de inverzekeringstelling, er gronden van billijkheid zijn om de schadevergoeding toe te kennen. Omdat het OM geen heling ten laste had gelegd en geen hoger beroep had ingesteld, mochten omstandigheden rond heling niet meewegen. Daarom werd een vergoeding van €390 toegekend voor het voorarrest en €340 voor de kosten van rechtsbijstand.
De beschikking werd op 29 september 2021 door rechter V.M. de Winkel uitgesproken en is onherroepelijk. De griffier wordt bevolen tot uitbetaling aan de advocaat van verzoeker.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een vergoeding van €390 voor voorarrest en €340 voor kosten rechtsbijstand toegekend.