Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verdere verloop van de procedure
- het vonnis van 21 juli 2021;
- de akte uitlating bewijs van [naam gedaagde] .
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure vordert eiseres, als beneficiair erfgenaam en vereffenaar van de nalatenschap van erflaatster, dat gedaagde een bedrag van €7.500 betaalt aan de nalatenschap. Dit bedrag betreft de koopprijs van een Opel Karl die gedaagde van erflaatster heeft gekocht.
De rechtbank heeft gedaagde in een tussenvonnis de gelegenheid gegeven om bewijs te leveren van de contante betaling van dit bedrag. Gedaagde heeft echter verklaard geen gebruik te maken van deze mogelijkheid. Op grond hiervan en eerdere overwegingen in het vonnis van 21 juli 2021 wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van het bedrag.
Daarnaast vordert eiseres wettelijke rente vanaf 4 augustus 2020 tot aan de dag van volledige betaling, welke vordering eveneens wordt toegewezen. De vordering met betrekking tot rente over geldleningen en geldopnames voor het overlijden van erflaatster wordt afgewezen. Omdat partijen zussen zijn, worden de proceskosten gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €7.500,- plus wettelijke rente aan de nalatenschap.