De zus vordert dat de broer inzage verschaft in de financiële administratie van hun moeder over de periode vanaf mei 2018 tot na haar overlijden, omdat zij vermoedt dat hij het beheer voerde en onduidelijkheden bestaan over betalingen en uitgaven. De broer betwist dat hij het financieel beheer voerde en stelt slechts behulpzaam te zijn geweest, waarbij hij alleen aan de moeder zelf rekenschap verschuldigd was.
De rechtbank oordeelt dat de zus onvoldoende heeft onderbouwd dat de broer het beheer voerde over het vermogen van moeder. Zelfs als dat zo was geweest, zou de broer alleen aan moeder zelf rekenschap verschuldigd zijn geweest, niet aan de zus als mede-erfgenaam. Ook na het overlijden heeft de broer volgens de rechtbank voldoende verantwoording afgelegd over de afwikkeling van de nalatenschap.
De vorderingen van de zus worden daarom afgewezen. De rechtbank benadrukt dat erfrechtelijke geschillen pijnlijk zijn en dat de nalatenschap nog verdeeld moet worden. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.