Op 1 maart 2021 sloten Trivire en de huurder een huurovereenkomst met bijzondere voorwaarden, waarbij tevens een woonbegeleidingsovereenkomst werd gesloten met DG&J en het Leger des Heils. De huurder moest zich het eerste jaar laten begeleiden, waarbij tussentijdse beëindiging van de woonbegeleiding als ernstige tekortkoming in de huurverplichtingen werd beschouwd.
DG&J beëindigde de woonbegeleidingsovereenkomst per 14 december 2021. De huurder zegde de huur op 21 januari 2022 op, met een latere einddatum van 29 april 2022. Vanaf juni 2022 betaalde hij geen huur meer. Trivire vorderde ontruiming en gebruiksvergoeding wegens het verblijf zonder recht of titel en het niet nakomen van de huurverplichtingen.
De huurder betwistte de geldigheid van de huuropzegging en stelde dat de beëindiging van de woonbegeleiding niet zijn schuld was. De rechtbank oordeelde dat de huuropzegging rechtsgeldig was bevestigd en dat de huurder zonder titel in de woning verbleef. De niet-nakoming van de laatste kansovereenkomst en de tussentijdse beëindiging van de woonbegeleiding vormden een ernstige tekortkoming.
De kantonrechter veroordeelde de huurder tot ontruiming binnen veertien dagen, betaling van een gebruiksvergoeding vanaf juni 2022 tot ontruiming, en betaling van proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.