Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar negen concurrente schuldeisers, met een betaling van 17,76% van de totale schuld, vermeerderd met een extra saneringskrediet van €900. Acht schuldeisers stemden in, maar schuldeiser Trotz weigerde mee te werken. Trotz heeft een vordering van €424,60, wat 4,5% van de totale schuld bedraagt.
De rechtbank stelt vast dat het voorstel zorgvuldig is getoetst door de Kredietbank Rotterdam en dat verzoekster geen hogere aflossingscapaciteit heeft vanwege haar parttime baan en aanvullende uitkering. Meer werken zou geen voordeel opleveren voor de schuldeisers vanwege afname van toeslagen. De regeling voorziet in een directe betaling aan schuldeisers en is financieel gunstiger dan een wettelijke schuldsaneringsregeling.
De rechtbank oordeelt dat de belangen van verzoekster en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen dan het belang van Trotz bij volledige betaling. Daarom beveelt de rechtbank Trotz om in te stemmen met de regeling en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. Trotz wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden begroot.