Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoekster;
- mevrouw [naam01] en mevrouw [naam02] , beiden werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna te noemen schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287a lid 1 Faillissementswet om een dwangakkoord te bevelen tegen een schuldeiser die niet de oorspronkelijke schuldeiser bleek te zijn. Schuldhulpverlening diende een gewijzigd verzoek in, maar ook dit was niet gericht tegen de juiste partij. De schuldeiser SWG, namens DPF, heeft verweer gevoerd dat het verzoekschrift tegen de verkeerde partij was gericht en dat DPF niet instemt met de schuldregeling.
De rechtbank heeft vastgesteld dat MVGM slechts de beheerder is en geen vorderingsrecht heeft jegens verzoekster, terwijl DPF de oorspronkelijke schuldeiser is. Omdat het verzoekschrift niet tegen de juiste schuldeiser was gericht, heeft de rechtbank het verzoek tot dwangakkoord afgewezen.
De rechtbank heeft het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling nog niet inhoudelijk beoordeeld en zal hierop bij afzonderlijke beslissing terugkomen. De afwijzing betreft uitsluitend het verzoek op grond van artikel 287a lid 1 Faillissementswet.
Uitkomst: Het verzoek tot dwangakkoord wordt afgewezen omdat het niet tegen de juiste schuldeiser is gericht.