ECLI:NL:RBROT:2022:10077

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 november 2022
Publicatiedatum
22 november 2022
Zaaknummer
22/5456
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 174 GemeentewetArt. 2:41a Algemene plaatselijke verordening Dordrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen sluiting café wegens vermeend veiligheidsrisico

Verzoeker is eigenaar van een café dat door de burgemeester voor een maand werd gesloten vanwege informatie van de politie dat verzoeker op een dodenlijst zou staan, wat een gevaar voor bezoekers zou vormen.

De burgemeester baseerde zijn besluit op een bestuurlijke rapportage met summiere informatie, zonder concrete aanwijzingen over de betrouwbaarheid of herkomst van de dreiging. De voorzieningenrechter oordeelde dat deze informatie onvoldoende was om de sluiting te rechtvaardigen.

Hoewel de burgemeester meer vertrouwelijke informatie bezat, heeft hij deze niet gedeeld met de voorzieningenrechter, waardoor het besluit niet voldoende onderbouwd was. Daarom werd het besluit geschorst om onevenredig financieel nadeel voor verzoeker te voorkomen.

De schorsing gaat in op 28 november 2022, met vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker. De uitspraak is bindend voor de voorlopige voorziening en staat geen hoger beroep toe.

Uitkomst: Het besluit tot sluiting van het café wordt geschorst wegens onvoldoende concrete informatie over een veiligheidsdreiging.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 22/5456

uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 november 2022 in de zaak tussen

[naam verzoeker] h.o.d.n. [naam cafe], uit [plaats 1], verzoeker

(gemachtigde: mr. A. Ester),
en

de burgemeester van Dordrecht, burgemeester

(gemachtigde: mr. D.C. Alblas).

Inleiding

Met het bestreden besluit van 11 november 2022 heeft de burgemeester verzoeker opgedragen om [naam cafe] in [plaats 2] te sluiten voor het publiek van 11 november 2022 tot en met 11 december 2022. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Ook heeft hij de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 21 november 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de burgemeester.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Verzoeker is eigenaar en exploitant van [naam cafe] in [plaats 2] (het café). Op 16 oktober 2022 is een bezoeker van het café kort na het verlaten van het café doodgeschoten. Het café is toen op last van de burgemeester enige tijd gesloten geweest. Op 9 november 2022 heeft het Team Criminele Inlichtingen informatie verstrekt aan de politie. Deze informatie houdt kort gezegd in dat het leven van verzoeker in gevaar is. De politie heeft een deel van die informatie gedeeld met de burgemeester.
Waar gaat het in deze zaak om?
2. De burgemeester heeft naar aanleiding van de informatie van de politie besloten dat het café van verzoeker gesloten moet worden voor het publiek voor de duur van een maand. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat het café weer open mag.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe.
3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Wat zijn de regels die voor deze zaak van belang zijn?
4. De burgemeester is bevoegd om de bevelen te geven die met het oog op de bescherming van veiligheid en gezondheid nodig zijn [1] . De bevelen die op grond van deze bepaling worden gegeven, moeten zien op concrete, zich direct aandienende, de veiligheid of gezondheid bedreigende situaties. Bij de beoordeling of die situatie zich voordoet, komt de burgemeester beoordelingsvrijheid toe. De rechter mag de uitoefening van die vrijheid slechts terughoudend toetsen [2] . De burgemeester kan in dit verband de gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van een voor het publiek openstaand gebouw [3] .
Is er sprake van een concrete situatie waarbij de veiligheid in het geding is?
5. De politie heeft naar aanleiding van de informatie van het Team Criminele Inlichtingen een bestuurlijke rapportage opgesteld ten behoeve van de burgemeester en de burgemeester heeft deze rapportage als processtuk ingebracht in deze procedure.
In de rapportage staat het volgende vermeld:
“De politie is op 9 november 2022 door het Team Criminele Inlichtingen (TCI) van de Eenheid Rotterdam middels een proces-verbaal geïnformeerd dat onder andere: Het verhaal op straat gaat dat [verzoeker] op een lijst staat om geliquideerd te worden. Gezien het feit dat [verzoeker] de uitbater is van café Bagatelle kan niet worden uitgesloten dat bezoekers van het café gevaar lopen. Hierdoor is een onmiddellijk gevaar voor de openbare orde en veiligheid.”
6. De voorzieningenrechter vindt deze informatie onvoldoende concreet om de sluiting van het café op te baseren. Zo is bijvoorbeeld niet duidelijk waar deze informatie vandaan komt en hoe betrouwbaar deze informatie kan worden geacht. In de rapportage wordt ook melding gemaakt van de dodelijke schietpartij op 16 oktober 2022 die heeft geleid tot een eerder bevel tot sluiting van het café, maar de voorzieningenrechter heeft geen informatie van verweerder gekregen waaruit blijkt dat er een verband bestaat tussen deze schietpartij en de informatie van het Team Criminele Inlichtingen over verzoeker.
7. De gemachtigde van de burgemeester heeft tijdens de zitting toegelicht dat er drie lagen van informatievoorziening zijn: de informatie uit de rapportage (summier), de informatie die de burgemeester van de politie heeft ontvangen (uitgebreid) en de informatie die de politie heeft (volledig). Dit betekent dat de burgemeester over meer informatie beschikt dan in de bestuurlijke rapportage staat. De voorzieningenrechter begrijpt dat de politie niet wil dat bepaalde informatie over het onderzoek breed wordt gedeeld, omdat dit het onderzoek zou schaden, maar de Algemene wet bestuursrecht geeft de burgemeester de mogelijkheid om vertrouwelijke informatie alleen met de voorzieningenrechter te delen. De burgemeester heeft echter niet voor die weg gekozen. De voorzieningenrechter moet het dus doen met de informatie die in de rapportage staat en die is dus onvoldoende om de sluiting van het café op te baseren.
8. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding om het bestreden besluit te schorsen ter voorkoming van onevenredig financieel nadeel die de sluiting van het café voor verzoeker met zich brengt.

Conclusie en gevolgen

De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat het besluit van 11 november 2022 is geschorst tot de bekendmaking van de beslissing op bezwaar. De schorsing gaat niet direct in maar op 28 november 2022 om partijen de gelegenheid te geven zo nodig maatregelen te treffen voordat het café weer open gaat.
Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet de burgemeester het griffierecht aan verzoeker vergoeden. Daarom krijgt verzoeker ook een vergoeding van zijn proceskosten. De burgemeester moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 759,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.518,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- schorst het bestreden besluit vanaf 28 november 2022 tot de bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 184,- aan verzoeker moet vergoeden;
- veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 1.518,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.B.J. van Elden, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 november 2022.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 174, tweede lid, van de Gemeentewet.
2.Zie onder meer de uitspraak van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State van 26 november 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:4281).
3.Dit staat in artikel 2:41a, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening van Dordrecht.