Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 22 maart 2022, met producties 1 tot en met 16;
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens houdende conclusie van eis in reconventie, met producties 1 tot en met 8;
- de brief van 28 juni 2022 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
- de conclusie van antwoord in reconventie;
- de brief van 30 september 2022 van de zijde van [gedaagde01] , met productie 9;
- de spreekaantekeningen van de zijde van [eiseres01] .
2..De feiten
termijn tot 95% van opdracht 20190090/V05’.
slottermijn 5% van opdracht 20190090/V05’.
WAARNEMINGEN
3.4 Analyse van de bevindingen
4..ADVIES
3..Het geschil
- [gedaagde01] te veroordelen aan haar te betalen € 19.305,80 aan hoofdsom, € 968,- aan buitengerechtelijke kosten en € 1.300,75 aan kosten van de deskundige, met wettelijke handelsrente;
- [gedaagde01] te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, met rente;
- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
- [eiseres01] te veroordelen aan haar te betalen € 8.667,23 aan hoofdsom met wettelijke handelsrente;
- [eiseres01] te veroordelen aan haar te betalen € 1.410,- aan schade, met wettelijke rente;
- [eiseres01] te veroordelen aan haar te betalen € 878,73 aan buitengerechtelijke kosten;
- [eiseres01] te veroordelen in de proceskosten met rente;
- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.