Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoekers;
- mevrouw G. Fontijne, werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening);
- [naam01] , bijgestaan door zijn advocaat mr. V. Ahuis (hierna: verweerder).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekers hebben een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van hun huurwoning opschort. Dit verzoek volgt op een vonnis van 8 juli 2022 waarin ontruiming was bevolen.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een bedreigende situatie nu de ontruiming op korte termijn zou plaatsvinden. Verzoekers hebben een minnelijk schuldhulpverleningstraject gestart en budgetbeheer toegekend gekregen. Zij beschikken over een gezamenlijk inkomen van ruim €3.000 waarmee zij de huur van €700 per maand kunnen voldoen. De huur voor september en oktober is voldaan en de betaling voor november wordt verwacht. Vanaf december zal budgetbeheer de huur overmaken.
Verweerder betwist het verzoek en stelt dat verzoekers hun betalingsverplichtingen niet nakomen en dat de schade voor hem disproportioneel toeneemt door een vermeende hogere huurprijs van €1.500. De rechtbank gaat hier niet in mee en baseert zich op de werkelijke huurprijs van €700.
De belangenafweging leidt tot toewijzing van de voorlopige voorziening voor zes maanden, onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan. Tevens verklaart de rechtbank verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, met de mogelijkheid een nieuw verzoek in te dienen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe die de ontruiming opschort voor zes maanden onder de voorwaarde dat de huurtermijnen van €700 tijdig worden voldaan.