Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan elf schuldeisers, waarbij negen schuldeisers instemmen en twee schuldeisers weigeren. De totale schuldenlast bedroeg €12.029,18, waarbij de weigeraars een relatief klein aandeel hadden. De rechtbank beoordeelde of de weigering van deze twee schuldeisers redelijk was, gelet op de belangen van verzoeker en de overige schuldeisers.
De rechtbank stelde vast dat de regeling gebaseerd is op een prognosepercentage en de afloscapaciteit van verzoeker, die een arbeidsovereenkomst heeft voor 30 uur per week en bezig is met het behalen van zijn rijbewijs om uitzicht te krijgen op een vaste baan. De regeling is getoetst door een onafhankelijke partij en goed gedocumenteerd. Tevens staat verzoeker onder beschermingsbewind, waardoor nieuwe schulden niet te verwachten zijn.
Gezien het geringe belang van de weigeraars en het belang van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers, oordeelde de rechtbank dat de weigering niet redelijk was. De rechtbank wees het verzoek tot dwangakkoord toe en veroordeelde de weigeraars in de proceskosten. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen omdat het akkoord een gunstiger resultaat oplevert voor de schuldeisers.