Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoekster;
- [naam01] , dochter van verzoekster (hierna te noemen: dochter);
- De heer M. van Enkhuizen, werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna te noemen: schuldhulpverlening).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar drie concurrente schuldeisers, waarbij een betaling van 10,37% aan de schuldeisers werd voorgesteld tegen finale kwijting. Twee schuldeisers stemden in, maar ABN, met een vordering van €10.135,78, weigerde mee te werken. ABN stelde dat verzoekster niet het maximale haalbare voorstel had gedaan en dat het beginsel van gelijkheid der crediteuren was geschonden, onder meer door het overmaken van €2.000 van een verzekeringsuitkering naar een derde.
Ter zitting werd toegelicht dat verzoekster waterschade had en haar dochter de kosten voor een nieuwe vloer had voorgeschoten. Ook werd verklaard dat verzoekster een lening aan een derde had verstrekt die niet was terugbetaald, zonder dat zij verdere incassomaatregelen had genomen. Schuldhulpverlening heeft geen onderzoek gedaan naar mogelijke vorderingsrechten.
De rechtbank oordeelt dat ABN in redelijkheid kon weigeren in te stemmen met de regeling, mede vanwege het grote aandeel van ABN in de totale schuldenlast (62,4%) en het ontbreken van voldoende bewijs dat het aanbod het uiterste was wat verzoekster kon doen. De belangen van ABN wegen zwaarder dan die van verzoekster en de overige schuldeisers. Het verzoek om ABN te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot gedwongen schuldregeling wordt afgewezen omdat de schuldeiser ABN terecht weigert in te stemmen.