Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2022:10171

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 november 2022
Publicatiedatum
24 november 2022
Zaaknummer
10-120242-21
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 328ter SrArt. 377 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak niet-ambtelijke corruptie door toegang verlenen en vervoer op haventerrein

De verdachte werd verdacht van niet-ambtelijke corruptie omdat hij valse VCA-certificaten zou hebben laten maken en onbevoegden toegang tot en vervoer over het terrein van de Rotterdamse haven zou hebben verleend. De officier van justitie eiste gedeeltelijke vrijspraak voor het valselijk opmaken van VCA’s en een taakstraf plus voorwaardelijke gevangenisstraf voor het overige.

De rechtbank stelde vast dat de verdachte op het haventerrein werd aangetroffen met twee mannen in zijn auto, waarbij een toegangspas van de verdachte werd gevonden. WhatsApp-berichten toonden communicatie over betalingen voor toegang en vervoer. Echter kon de rechtbank niet met zekerheid vaststellen dat deze gesprekken betrekking hadden op het ten laste gelegde feit of dat er daadwerkelijk een gift, belofte of dienst was ontvangen.

De rechtbank concludeerde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak de verdachte integraal vrij. De zaak illustreert het belang van concreet bewijs bij corruptieonderzoeken, vooral bij communicatie via berichten die niet eenduidig zijn.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van niet-ambtelijke corruptie.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3
Parketnummer: 10-120242-21
Datum uitspraak: 22 november 2022
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] (Marokko) op [geboortedatum01] 1999,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres01] , [postcode01] [plaats01] ,
raadsvrouw mr. C. Ihataren, advocaat te Rotterdam.

1..Onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 juni 2022 en van 8 november 2022 (artikel 377 lid 2 Wetboek Pro van Strafvordering). De politierechter heeft de zaak op 24 juni 2022 verwezen naar de meervoudige kamer van deze rechtbank.

2..Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze overeenkomstig de vorderingen van de officier van justitie is gewijzigd op voornoemde terechtzittingen. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Samengevat wordt de verdachte niet-ambtelijke corruptie verweten. Hij zou uit hoofde van zijn dienstbetrekking valse VCA’s hebben laten maken, onbevoegden toegang hebben gegeven tot het terrein van de Rotterdamse haven en hen aldaar ook hebben vervoerd.

3..Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. L.H. de Jong heeft gevorderd:
  • partiële vrijspraak van het ten laste gelegde, voor zover dit ziet op het valselijk (laten) opmaken van VCA’s;
  • bewezenverklaring van het overige ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een taakstraf van 150 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden met een proeftijd van twee jaar.

4..Waardering van het bewijs

4.1.
Vrijspraak
4.1.1.
Standpunt officier van justitie
De verdachte dient gedeeltelijk te worden vrijgesproken ten aanzien van het aannemen van een gift of belofte voor het valselijk (laten) opmaken van VCA’s, omdat het dossier onvoldoende bewijs hiervoor biedt. Er is wel voldoende wettig en overtuigend bewijs voor het aannemen van een gift of belofte voor het helpen van meerdere personen met het verschaffen van toegang tot en het vervoeren van die personen over het terrein van de European Container Terminal Delta (ECT). De officier van justitie wijst in dit verband op het volgende. De verdachte heeft WhatsApp-gesprekken gevoerd met mensen die als “ [naam01] ” en “ [naam02] ” in zijn telefoon als contacten stonden. Hieruit blijkt dat hij als tussenpersoon fungeerde en dat hij geld ontving voor het verlenen van toegang tot en het vervoeren van mensen over het haventerrein.
4.1.2.
Beoordeling
De verdachte is op het terrein van de Rotterdamse haven aangetroffen als bestuurder van een Ford Ka. Achterin deze auto zaten twee mannen. In de auto is een ‘ECT visitor pas’ gevonden, waarmee toegang tot het terrein kan worden verkregen.
Nader onderzoek heeft uitgewezen dat de gevonden pas was uitgegeven aan de verdachte, werkzaam bij het bedrijf [bedrijf01] B.V. De bijrijders beschikten niet over een toegangspas, noch waren zij als bijrijder geregistreerd.
Dit handelen van de verdachte is als niet-ambtelijke corruptie ten laste gelegd (artikel
328ter Wetboek van Strafrecht). Artikel 328ter Sr vereist dat de verdachte voor zijn handelen een gift, belofte of dienst heeft gevraagd of ontvangen. De verdachte heeft ontkend dat hij betaald heeft gekregen voor de toegang tot of het vervoer van die twee personen.
De officier van justitie heeft voor dit onderdeel van de tenlastelegging gewezen op WhatsApp-gesprekken tussen de verdachte en “ [naam02] ” en tussen de verdachte en “ [naam01] ”.
Op 3 maart 2021 stuurt “ [naam02] ” onder meer aan de verdachte:
“Hun zeggen is wel een hoop geld voor naar de kantine hun zeggen dat kantine apeltje
eitje is”.
De verdachte heeft iets later in hetzelfde gesprek een bericht ingesproken met de tekst:
“Ja kijk is gewoon appeltje eitje. Ja maar ja als die gepakt is die weg van daar
snap je. Dus hij wil er wel wat voor.”
Daarop heeft “ [naam02] ” gestuurd:
“Kan je ze niet tussen de stek krijge”
“O ze vraagen of het voor 40 kan?
Jaaaa
Vind je dat ook goed”.
Op 4 maart 2021, de dag dat de verdachte op het haventerrein is aangehouden, heeft hij via WhatsApp contact gehad met “ [naam01] ”. Volgens het ‘extraction report’ (scrambled) heeft “ [naam01] ” aan de verdachte gestuurd:
“soldaten nog oog zet en een 2 ik”
“boer hoeveel in ja totaal”.
De verdachte heeft daarop geantwoord:
“2x 15”
“4 en 3x”
“nu hij gaat kijken”.
Naar het oordeel van de rechtbank wijzen de berichten van zowel “ [naam02] ” als “ [naam01] ” op een bepaalde betrokkenheid van de verdachte bij illegale activiteiten op het haventerrein. Ook maakt de rechtbank uit de berichten van “ [naam02] ” op dat er met de verdachte kon worden onderhandeld over hoeveel geld er tegenover bepaalde illegale diensten stond. De rechtbank kan echter niet vaststellen dat de gesprekken gaan over het handelen dat in deze zaak ten laste is gelegd en evenmin dat er een gift, belofte of dienst stond of zou staan tegenover het toegang verlenen of vervoeren van de twee personen. De rechtbank komt daarom ook op dit punt niet tot een bewezenverklaring.
4.1.3.
Conclusie
Het ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt integraal vrijgesproken.

5..Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

6..Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. van Althuis, voorzitter,
en mrs. A.M. Zwaneveld en E.C. Harting, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.G. Polke, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
Bijlage I
Tekst gewijzigde tenlastelegging
hij in of omstreeks de periode van 8 november 2020 tot en met 4 maart 2021 te Maasvlakte Rotterdam, gemeente Rotterdam, althans te Rotterdam, althans in Nederland,
anders dan als ambtenaar, te weten als stacker Draaier en/of stackeraar, werkzaam zijnde in (loon)dienstbetrekking bij [bedrijf01] B.V.,
naar aanleiding van hetgeen hij, verdachte, in strijd met zijn plicht in zijn betrekking heeft gedaan of nagelaten, dan wel zal/zou doen of nalaten,
een gift, belofte en/of dienst, te weten het (laten) betalen/ontvangen van een of meerdere geldbedragen heeft aangenomen en/of heeft gevraagd terwijl hij verdachte dit aannemen en/of vragen in strijd met de goede trouw heeft verzwegen tegenover zijn werkgever,
immers heeft hij, verdachte,
  • meermalen zogeheten VCA's (laten) creëren/verstrekken/verstrekt en/of
  • meerdere personen geholpen met
o het verschaffen van toegang tot en
o het vervoeren van die personen over het terrein van de European Container Terminal Delta.