4.1.1.Standpunt verdediging
Er is vrijspraak bepleit voor alle ten laste gelegde feiten. Met betrekking tot het onder 1 en 2 ten laste gelegde is bepleit dat de verklaringen van de aangever [slachtoffer01] (hierna: de aangever) niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt, omdat hij zich toen hij later bij de rechter-commissaris als getuige werd gehoord onverklaarbaar heeft tegengesproken. De verdachte heeft daarentegen vanaf het begin consistent verklaard.
Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde is bepleit dat het door de politieagenten waargenomen letsel bij het slachtoffer ook zelf toegebracht kan zijn, zodat dat letsel niet als steunbewijs kan worden gebruikt.
Er zijn weliswaar foto’s van de verdachte met onder 4 en 5 ten laste gelegde vuurwapens, maar daarvan kan niet bewezen worden dat het dezelfde wapens zijn als de wapens die op een later moment zijn aangetroffen in de woning van een andere persoon.
4.1.2.Beoordeling
Het onder 1 en 2 ten laste gelegde
Vaststaande feiten
De volgende feiten en omstandigheden kunnen op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben op de terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.
De verdachte heeft de aangever benaderd om lachgas van de aangever te kopen. In de nacht van zaterdag op zondag 20 maart 2022 hebben zij afgesproken bij de Vuurplaat in Rotterdam. De aangever is, daar aangekomen, een klein stukje achter de verdachte aangereden in zijn auto waarna ieder zijn auto heeft geparkeerd. De aangever stond bij de kofferbak van zijn auto toen hij de verdachte en medeverdachte [medeverdachte01] (hierna: [medeverdachte01] ) uit de auto zag stappen. Op enig moment heeft een tweede medeverdachte, de minderjarige stiefzoon van [medeverdachte01] , [medeverdachte02] (hierna: [medeverdachte02] ), op verzoek van de verdachte een krat met lachgasflessen uit de auto van de aangever gehaald. De verdachte heeft de autosleutel van de Audi van (de broer van) aangever meegenomen. De aangever heeft de politie gebeld om melding te maken van een beroving.
De volgende dag heeft de aangever opnieuw contact opgenomen met de politie. Hij vertelde dat hij berichten had ontvangen dat hij zijn auto- en huissleutels terug kon kopen van de verdachte voor € 500,-. Dit zou rond 19.00 uur bij de KFC Zuidplein moeten plaatsvinden. De politie heeft rond diezelfde tijd in de buurt van Zuidplein een auto met daarin onder meer de verdachte en [medeverdachte01] gecontroleerd. De verdachte had de autosleutel van een Audi in zijn bezit. Nadat de politie ze had laten gaan, nam de aangever opnieuw contact op met de politie om te zeggen dat de aangever naar de KFC Beijerlandselaan moest komen om zijn sleutels terug te kopen. Daarbij was ook een foto gestuurd met daarop de sleutel van de Audi. Daarna zijn de verdachte en [medeverdachte01] aangehouden. Bij de verdachte werd een autosleutel aangetroffen die van de auto van de aangever bleek te zijn.
Verklaringen aangever
De aangever heeft verklaard dat de verdachte bij de ontmoeting op 20 maart 2022 geweld tegen hem heeft gebruikt en dat hij onder bedreiging van een pistool is beroofd van € 340,- aan contant geld, zijn betaalpasjes, een krat met lachgasflessen, zijn huissleutels en zijn autosleutel. Het proces-verbaal van de verklaring die de verdachte ten overstaan van de rechter-commissaris heeft afgelegd in de strafzaak tegen [medeverdachte02] is ook in het dossier van de verdachte gevoegd. In die verklaring heeft de aangever onder meer verklaard dat er meer goederen van hem zijn gestolen dan in de aangifte staat vermeld.
Verklaringen verdachte
De verdachte heeft ter zitting – overigens niet geheel in overeenstemming met zijn verklaringen bij de politie van 22 en 23 maart 2022 – verklaard dat hij twee weken voor het ten laste gelegde lachgas van de aangever had gekocht, maar dat de helft van de tien geleverde flessen toen leeg zijn geleverd waardoor hij, aangever, in de problemen kwam. Hij wilde hierover de aangever aanspreken. Omdat de aangever niet meer op zijn berichten reageerde heeft hij hem met een ander telefoonnummer benaderd om de afspraak van 20 maart 2022 te maken, waarbij hij de aangever heeft gevraagd naar Vuurplaat te komen. Volgens de verdachte is de ontmoeting een beetje uit de hand gelopen en werd hij boos. De verdachte heeft verklaard dat de vijf lege flessen € 250,- waard waren, maar dat hij het dubbele terug wilde van de aangever (dus € 500,-) bij wijze van boete. De aangever moest volgens hem een boete van € 500,- betalen omdat hij zich niet aan de regels had gehouden. Ook heeft de verdachte verklaard dat hij [medeverdachte02] heeft gevraagd om vier volle lachgastanks uit de auto van de aangever te pakken. Daarnaast heeft de verdachte verklaard dat hij de autosleutel van de aangever mee heeft gekregen als een onderpand omdat de aangever hem die € 500,- nog schuldig was. De verdachte heeft ontkend dat er een vuurwapen is gebruikt en hij heeft de aangever niet aangeraakt of beroofd.
De politie heeft de aangever op 29 maart 2022 geconfronteerd met de verklaring van de verdachte, dat de aangever nog een openstaande schuld van € 500,- bij de verdachte had. De aangever heeft gezegd dat dat niet klopt.
Betrouwbaarheid verklaring van de aangever
[medeverdachte02] heeft tijdens de inhoudelijke behandeling van zijn strafzaak bij de kinderrechter een verklaring afgelegd. De kinderrechter heeft die verklaring vastgelegd in een proces-verbaal van bevindingen en dat proces-verbaal is in het dossier van de verdachte gevoegd. De verklaring van [medeverdachte02] houdt in dat [medeverdachte02] samen met de verdachte en [medeverdachte01] in de auto is gestapt omdat de verdachte een afspraak had en iets moest ophalen. Ze reden ergens naartoe. Daar was een andere auto en de verdachte en [medeverdachte01] gingen naar die auto toe. Een van hen riep [medeverdachte02] . De aangever stond omgedraaid met zijn handen omhoog. De verdachte had een vuurwapen vast en hield het wapen op de aangever gericht. Naar het oordeel van de rechtbank vindt de verklaring van de aangever voor wat betreft feit 1 steun in de door [medeverdachte02] afgelegde verklaring.
Voor feit 2 geldt dat de verdachte zelf heeft verklaard dat hij de autosleutel van de aangever had meegenomen als onderpand voor de betaling van € 500,-.
De verklaringen van de aangever vinden, kortom, op essentiële punten steun in de overige bewijsmiddelen. Het verweer dat de verklaringen van de aangever als onbetrouwbaar ter zijde moeten worden geschoven, wordt dan ook verworpen.
Conclusie
Uit het bovenstaande volgt dat het onder 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend is bewezen.
Het onder 3 ten laste gelegde
De verdediging heeft vrijspraak bepleit, omdat de mogelijkheid bestaat dat het slachtoffer [slachtoffer02] (hierna: het slachtoffer) zichzelf heeft verwond om de verdachte in een kwaad daglicht te kunnen stellen. De rechtbank stelt vast dat uit het dossier blijkt dat de moeder van het slachtoffer melding heeft gedaan bij de politie dat haar dochter tegen haar wil in een woning zou zijn vastgehouden en mishandeld. Als de politieagenten het slachtoffer en haar moeder treffen, maakt het slachtoffer op de agenten een geëmotioneerde en angstige indruk en nemen zij letsel waar. Het slachtoffer heeft uiteindelijk wel haar verhaal gedaan, maar uit angst voor represailles heeft zij geen aangifte gedaan. Dat past naar het oordeel van de rechtbank niet bij het zelf toebrengen van verwondingen om de verdachte te benadelen. Het verder niet onderbouwde verweer wordt als speculatief beschouwd en verworpen. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de bewijsmiddelen dat het onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Het onder 4 en 5 ten laste gelegde
De verdachte wordt verweten dat hij samen met een ander of anderen twee vuurwapens en munitie voorhanden heeft gehad.
Op de telefoon van de verdachte is een filmpje aangetroffen waarin hij zes verschillende wapens toont. Dat filmpje is gemaakt op 19 maart 2022. Op de telefoon van [medeverdachte01] is een foto aangetroffen van [medeverdachte02] met op zijn schoot zes wapens. Deze foto is in de nacht van 20 maart 2022 in de woning van de verdachte gemaakt. De verdachte is op 21 maart 2022 aangehouden.
Op 22 maart 2022 om 12:29 uur is [medeverdachte03] (hierna: [medeverdachte03] ) aangehouden waarna de woning van [medeverdachte03] is doorzocht. Tijdens die doorzoeking zijn vijf op vuurwapen gelijkende voorwerpen aangetroffen. Na onderzoek is gebleken dat twee van die wapens echte vuurwapens zijn waar bovendien DNA van de verdachte op is aangetroffen. Op één van die wapens is ook DNA van [medeverdachte03] aangetroffen.
De verdachte heeft ter zitting verklaard dat de wapens die in de woning van [medeverdachte03] zijn aangetroffen, dezelfde wapens zijn als de wapens die hij in het op 19 maart 2022 gemaakte filmpje toont.
Omdat aan de vereisten van zowel de bewustheid als de beschikkingsmacht is voldaan kan het onder 4 en 5 ten laste gelegde worden bewezen.
In de omstandigheid dat de wapens eerst enige tijd of in ieder geval op verschillende opeenvolgende dagen in de woning van de verdachte zijn geweest en daarna in de woning van [medeverdachte03] zijn aangetroffen, terwijl de verdachte en [medeverdachte03] bij elkaar over de vloer komen, ziet de rechtbank aanleiding om ook het ten laste gelegde medeplegen van het bezit van die wapens bewezen te verklaren.