Partijen hadden sinds 1987 een affectieve relatie en zijn sinds 2012 uit elkaar. Zij zijn gezamenlijk eigenaar van een woning. Na beëindiging van de relatie wisselden zij het gebruik van de woning, waarbij beiden een eigen ingang en kamer hadden, maar gezamenlijk gebruik maakten van gemeenschappelijke ruimtes.
De vrouw vordert dat de man de woning verlaat en het exclusieve gebruik aan haar wordt toegewezen, omdat de spanningen te hoog zijn opgelopen om samen te wonen. De man betwist dit en stelt dat hij pas vertrekt als de vrouw de woning kan overnemen en hij vervangende woonruimte heeft gevonden.
De rechtbank oordeelt dat het belang van de vrouw bij uitsluitend gebruik zwaarder weegt, omdat de woning gemeenschappelijk eigendom is en de vrouw aannemelijk heeft gemaakt dat zij de woning zal overnemen. De man krijgt tot 1 februari 2023 de tijd om te vertrekken. Daarnaast wordt de man veroordeeld om de helft van de hypotheekrente en woonlasten te betalen zolang hij in de woning verblijft. De proceskosten worden gecompenseerd.