Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
- toepassing van het jeugdstrafrecht;
- veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 12 maanden waarvan
4..Waardering van het bewijs
5..Strafbaarheid feit
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
8..Vordering benadeelde partij/ schadevergoedingsmaatregel
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.. Bijlagen
11.. Beslissing
werkstrafvoor de duur van
200 (tweehonderd) uur, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming dient te bepalen uit welke werkzaamheden de werkstraf dient te bestaan;
€ 5.104,-- (zegge: vijfduizendhonderdvier euro), bestaande uit € 104,-- aan materiële schade en € 5.000,-- aan immateriële schade, waarvan € 5.019,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening en € 85,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 december 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 5.104,-- (zegge: vijfduizendhonderdvier euro), waarvan € 5.019,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening en € 85,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 december 2020 tot aan de dag der algehele voldoening en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;