Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van zijn huurwoning opschort. De ontruiming was bevolen in een vonnis van 1 juli 2022. Verzoeker verklaarde voldoende inkomsten te hebben en dat de huur over augustus en september 2022 was voldaan. Tevens is hulp ingeschakeld van een derde partij die de financiën zal beheren en de vaste lasten zal voldoen.
Verweerster betoogde dat verzoeker eerder nalatig was in het nakomen van betalingsregelingen en dat er geen vertrouwen was in het nakomen van toekomstige verplichtingen. De rechtbank stelde vast dat sprake was van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming en dat het belang van verzoeker om in de woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject te doorlopen zwaarder woog dan het belang van verweerster.
De rechtbank wees het moratorium toe voor een periode van zes maanden, onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan. Daarnaast werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Faillissementswet, met de mogelijkheid een nieuw verzoek in te dienen.